PERSBERICHT – toename discriminatie op de werkvloer

De afgelopen maanden vangt Koek en Ei Mediation veel meer signalen op van discriminatie op de werkvloer. Koek en Ei maakt zich zorgen over deze toename en roept werkgevers op discriminatie bespreekbaar te maken. Politiek, politie en rechters moeten zich blijven inspannen om Nederland de rechtstaat te laten zijn waar elke inwoner vertrouwen in kan hebben.

Ali al Hadaui, van Koek en Ei Mediation: “De laatste maanden word ik veel vaker benaderd met het verzoek te bemiddelen bij een arbeidsconflict waarbij discriminatie een vermeende rol speelt. Men wil bijvoorbeeld niet meer samenwerken met een moslim-collega, of werknemers met een biculturele achtergrond hebben het gevoel harder afgerekend te worden op fouten dan autochtone collega’s.”

rsz_discriminatie_op_de_werkvloer

 

 

 

 

 

 

Koek en Ei Mediation roept werkgevers op gevoelens van discriminatie in een vroeg stadium bespreekbaar te maken: organiseer een dialoog, over discriminatie, maar ook over de redenen die aan de discriminatie ten grondslag liggen.

Al Hadaui: “De politiek heeft de laatste maanden stevige uitspraken gedaan over vluchtelingen, de politie ligt al jaren onder vuur van beschuldigingen van etnisch profileren en een vorig jaar gepubliceerd onderzoek van de Universiteit Leiden toonde aan dat rechters allochtone daders zwaarder straffen. Politiek, politie en rechters moeten hun verantwoordelijkheid nemen door zich te blijven inspannen om Nederland de rechtstaat te laten zijn waar elke inwoner vertrouwen in kan hebben.”

Koek en Ei Mediation is werkzaam op de gebieden van arbeids-, straf- en familierecht. Door hun multi-culturele achtergrond, zijn de mediators van Koek en Ei onder andere goed in te zetten bij conflicten waarbij één van de partijen een niet-Westerse achtergrond heeft.

___

Noot voor de redactie: voor vragen kunt u contact opnemen met drs. Ali al Hadaui, van Koek en Ei Mediation, op 070-35 96 228, 06-24 747 839 of info@koekenei-mediation.nl. Kijk voor meer informatie over Koek en Ei op http://koekenei-mediation.nl/.

 

PERSBERICHT – Ali al Hadaui eerste Marokkaans-Nederlandse mediator bij Raad voor Rechtsbijstand

Sinds februari is Ali al Hadaui als eerste Marokkaans-Nederlandse mediator ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Al Hadaui is overtuigd van de meerwaarde van zijn bi-culturele achtergrond en maakt zich sterk voor grotere diversiteit in het aanbod aan mediators.

Al Hadaui pleitte voor meer diversiteit onder mediators in een opiniestuk in het Tijdschrift voor Conflicthantering (nummer 6, jaargang 2014). Drs. Ali al Hadaui: “Een diverse achtergrond onder mediators komt niet alleen het vak ten goede, hopelijk zal het ook mediation onder biculturele Nederlanders populairder maken. Mediation is een mooie middenweg tussen conflictoplossing in de eigen gemeenschap, waar bi-culturele Nederlanders in eerste instantie voor gaan, en het stappen naar de rechtbank, wat ze bijna altijd willen voorkomen.”

Tijdens zijn carrière als mediator is Al Hadaui steeds meer de kracht gaan inzien van het feit dat hij uit twee culturen komt. Al Hadaui: “Mijn Marokkaans-Nederlandse achtergrond helpt bij het bemiddelen in conflicten waarbij één van de partijen een niet-Westerse achtergrond heeft. Ik begrijp de context dan goed en krijg snel vertrouwen. Een tolk inschakelen hoeft niet bij mij, want ik spreek zeven talen.”

Ali al Hadaui werkt sinds 2010 als mediator. Sinds 2012 is hij ingeschreven in het MfN-register en lid van de Nederlandse Mediatorsvereniging (NMv). Nu hij ingeschreven staat bij de Raad voor Rechtsbijstand, verwijzen ook rechtbanken en Juridisch Loketten naar hem. Al Hadaui bemiddelt ook bij conflicten in het buitenland.

Noot voor de redactie: voor vragen kunt u contact opnemen met Ali al Hadaui, via zijn bedrijf Koek en Ei Mediation, op 0624747839 of info@koekenei-mediation.nl. Voor meer informatie kunt u ook kijken op http://koekenei-mediation.nl/.

“Get out! Get out! Everybody get out of this classroom now!”.

“Get out! Get out! Everybody get out of this classroom now!”. Mr. Kumar*, our gentle and ever-patient Mathematics teacher, was enfuriated. The generous laughter that, just a couple of moments ago, rang through the packed classroom stupefied in a disturbing calmness. If looks could kill, my 23 classmates and I would have dropped dead that instant. But we remained alive that morning.

Mr. Kumar unmistakably spoke with an Indian accent. He was made well aware of it as some students imitated his accent in a way that was meant to be funny. Although these students never dared to imitate his accent in his presence, he sometimes overheard them doing so in the corridors. And never had he made a point out of it, until that day.

During one of his Maths classes, Mr. Kumar tried to explain that he needed one ‘year’ to accomplish a difficult task. In his accent, some could argue that he pronounced the word ‘year’ phonetically in the word ‘ear’. My classmate Karim*, whether intentionally or not, asked Mr. Kumar why he needed one ‘ear’ to finish the task. The uninhibited laughter of all the classmates shattered something deep in Mr. Kumar.

Mr. Kumar was in his late fifties and was a respectable American High School Mathematics teacher. With his didactic finesse, he absolutely knew how to reach out to all of his students and make them understand the logic, the beauty and the urgency of mathematics in everyday life. He left his Indian kin and Indian soil behind to teach mathematics at the American High School in Morocco and did so for more than thirty years. In many ways, he was accustomed to the manners and ways of the local Moroccan community as well as of the manners of the expat/exchange students that populated the American High School. Yet, this one incident rocked and shook his fundaments so hard that it disoriented all of his senses.

The class was dismissed and all the students left the classroom. The gossip about the dismissal from Mr. Kumar’s class spread like wildfire. Karim received high-fives from some of his classmates for his ‘coolness’ and he was encouraged to narrate the event in an Indian accent. Other classmates scoffed him and told him to be deeply ashamed of himself. Karim covered himself with a thin film of confidence; however, my gaze saw something else. Underneath that varnish of confidence was a certain frailty, a fear of what was to come.

Bells rang. Pencilcases closed. Chairs and tables shuffled. The corridors filled. Students maneuvred themselves to their next classrooms. Teachers lectured. But the only thought that I could concentrate on was that of the humiliation of Mr. Kumar. I felt sorry for him. I needed to do something that could mend that part of him that was broken. And so I started writing.

It took me about an hour to write and edit a letter on behalf of the whole class. In this letter, we sincerely apologized for our disrespectful behavior for we meant no intentional harm. We expressed our utmost gratitude for having him as a teacher and we promised him that we would hence behave how serious students ought to behave. The letter ended with a sincere plea to accept our apologies. During gym class, I asked all of my classmates to endorse the letter by writing their names. I should have used a larger sheet of paper as there was barely space for all 24 names.

sorry

There he was, Mr. Kumar. In an empty classroom. He sat at his desk and seemed to stare at the wall at the other end of the classroom. I stood at the door and hoped to prolong that moment in the hope that I could grab hold of one of his thoughts. Yet, Mr. Kumar quickly noticed my presence and alternated his gaze between my face and the letter I held in my hands. While I uttered words of forgiveness, he stood up and walked in my direction. I automatically stretched my arm and reached out to give him the letter. After reading the letter meticulously, he thanked me and walked back to his desk. The next day, Mr. Kumar began Maths class and addressed the class by mentioning that he read our letter and that he accepted our apologies. His honor was restored and the classroom was once more a safe environment where he could do what he could do best: teach maths in an uplifting manner.

This story took place 22 years ago. Who knows, this story might have stimulated me to become what I am today, namely a community mediator and a professional certified court-mediator. What I do know is that it takes courage to accept one’s own share in a conflict. On the other hand, it takes courage to accept apologies and make it possible for all parties to move on with their own lives.

* Some names and identifying details have been changed to protect the privacy of individuals.

Pleidooi voor grotere culturele diversiteit MfN-register

Slechts een heel klein deel van de mediators die het MfN-register voert, is van allochtone afkomst. Moet het register niet meer een afspiegeling zijn van de Nederlandse multiculturele maatschappij? Registermediator en antropoloog Ali al Hadaui gaat in op deze vraag.

Begin 2014 telde het MfN-register iets meer dan drieduizend inschrijvingen. Omdat bij aanmelding niet wordt gevraagd naar culturele achtergrond, kan het precieze aantal allochtone mediators niet worden vastgesteld. Dan maar met de natte vinger: het MfN-register maakt melding van slechts acht mediators die Turks spreken, daarvan hebben er vier een westerse achternaam. Vier mediators spreken Arabisch, één daarvan heeft een westerse achternaam. Bij elkaar opgeteld komt je zo tot een percentage van registermediators met een niet-westerse achtergrond van minder dan een half procent.

Dit percentage is relatief laag. 21 procent van de totale Nederlands bevolking is van allochtone afkomst. Van de vier grootste gemeenten, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, heeft alleen de laatste een percentage inwoners van allochtone afkomst van onder de vijftig procent. Van alle steden in de wereld heeft Amsterdam de meeste nationaliteiten: 177.

Diversiteit

Cultuurverschil

Het karakter van een familiemediation bij bijvoorbeeld een Marokkaans gezin is anders dan bij een Nederlands gezin. Status en gezichtsverlies spelen een grotere, of ander soort rol. Scheiden wordt zo nog steeds meer gezien als een schande.

Dan strafrechtmediation. Mannen met een Noord-Afrikaanse cultuur als achtergrond hebben meegekregen: altijd ontkennen. Zelfs bij een op heterdaadje ontkennen ze glashard. Eenmaal in de gevangenis komt dan, net als bij ieder ander mens, de wroeging. De weg naar herstelbemiddeling en de herstelbemiddeling zelf zullen daarna anders verlopen.

Naar mijn ervaring, en naar wat ik ervan hoor, maken allochtonen nog weinig gebruik van registermediators.

Wij-cultuur

Mediation sluit echter wél goed aan bij de wij-cultuur waaruit veel allochtonen komen, beter dan bijvoorbeeld een rechtzaak. Mediation beoogt namelijk het belang van alle betrokken partijen en het herstel van communicatie en relaties. Daarbij is het de bedoeling dat partijen zelf tot oplossingen komen.

Bij conflicten zoekt de gemiddelde allochtoon veiligheid in het bekende, hij keert zich naar binnen. Daar is het eerste dat hij vindt: familie. En dan: de moskeegemeenschap en de imam. Het grote verschil tussen westerse mediation en niet-westerse conflictoplossing is dat bij de eerste een neutrale buitenstaander bemiddelt en bij de tweede iemand die de partijen juist goed kent en die ook niet neutraal hoeft te zijn, de bemiddelaar kan bijvoorbeeld een oom zijn van een van de partijen.

Als een allochtoon zijn conflict niet in de eigen gemeenschap kan oplossen en het door blijft smeulen, zou het dan niet goed zijn als hij het daarna probeert met meer formele mediation? Voordat hij daarvoor kan kiezen, moet hij wel van het bestaan ervan op de hoogte zijn. De informatie over mediation zou hij moeten kunnen krijgen via zorginstanties, huisartsen en verenigingen.

De individualisering onder allochtonen neemt toe, vooral onder de jongste generaties en i-love-myselfhoog opgeleide allochtonen. Veel allochtonen hebben zich bevrijd van sommige relatief strenge en starre normen en waarden van de cultuur waaruit ze komen. Ook de traditionele vormen van conflictoplossing worden door hen in toenemende mate als beklemmend en verstikkend ervaren. Hét moment om voor mediation te kiezen dus, maar wederom, hij moet dan wel van de methode weten.

Allochtonen zullen eerder de stap naar mediation zetten als ze zich herkennen in de mediator: soort zoek soort. Men vertrouwt eerder iemand die dezelfde taal spreekt, of hetzelfde idioom bezigt. Het heeft ook voordelen voor de mediator als hij de manieren, tradities, normen en waarden van (een van) de partijen kent. Een bepaalde achtergrond kan een mediator helpen, of dat nu is op gebied van gender of geaardheid, ervaring in een bepaalde arbeidsbranche óf culturele afkomst. Het MfN garandeert dat alle bij haar geregistreerde mediators dezelfde kwaliteit leveren, op gebied van neutraliteit, (up-to-date) kennis en optreden. Maar het MfN zou ook een zo groot mogelijke diversiteit in haar register moeten nastreven.

Geschreven door Ali al Hadaui m.m.v. Martijn Schackmann, tekst zoals verschenen in Tijdschrift voor Conflicthantering, nr 6, 2014

Hey Harm, voor Sinterklaas heb ik jou getrokken!

sinterklaasSinterklaas heb ik van huis uit maar één keer gevierd, en dan ook nog clandestien. Ik was toen, denk ik, zeven of acht. Mijn broertje Aziz en ik kregen werkelijk een berg cadeaus alleen mochten wij het van onze ouders aan niemand van onze school vertellen. Oh wee als de andere Marokkaanse of Turkse kinderen en ouders er achter zouden komen dat we thuis een ‘christelijk’ feest vierden. Ik was blij dat ik cadeaus kreeg (niet voor niets het hele jaar lief geweest) maar tegelijk bedrukt omdat ik deze blijdschap niet openlijk mocht uiten.

Het is eind november 2004. Mijn dikke jas haal ik van de kapstok af en ik trek het aan. Ik ben nu tweedejaars student Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan Universiteit Leiden en ik woon een klein drie jaar in een gezellig studentenhuis. Waar ik het overigens met mijn vijftien huisgenoten gigantisch naar mijn zin heb. Voor het eerst in mijn leven, zelf nog net geen dertig jaar oud, ga ik actief meedoen aan Sinterklaas, dat wil zeggen voor een huisgenoot een Sinterklaasgedichtje schrijven én een cadeau kopen van maximaal € 10. Piece of cake, dacht ik. Dit is een kans om mij te bevrijden uit het Sinterklaastaboe wat ik destijds met mij mee droeg.

Via www.lootjestrekken.nl ontvang ik een email, met als boodschap dat ik mijn huisgenoot Harm heb getrokken. Omdat ik nooit een Sinterklaasgedicht heb geschreven laat ik (voor deze en de laatste keer) een online rijmmachine het werk voor mij doen. Ziezo, dat is gelukt. Nu nog een cadeau kopen.

Met mijn jas aan loop ik het studentenhuis uit om in de Breestraat te speuren naar een cadeau. En wie loop ik bij de fietsen toevallig tegen het lijf ? Harm. Wij maken oogcontact. In de combinatie van onschuld en enthousiasme roep ik luidkeels: “Hey Harm, voor Sinterklaas heb ik jou getrokken!”. Aan zijn gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding begrijp ik dat de boodschap anders overkomt dan ik wil. Ik verwacht een bevestiging van onze feestelijke band. Niks. Misschien begrijpt hij iets anders en ik herhaal mijn boodschap, nu langzamer en duidelijk articulerend.

Gelukkig is Harm niet de flauwste. Hij legt mij uit dat hij niet mocht weten dat ik hem had getrokken. Hij steekt zijn sleutel in het slot, kijkt nog over zijn schouder even naar mij, schudt glimlachend zijn hoofd en laat de deur in het slot vallen. Beduusd van wat er is gebeurd stap ik op mijn fiets…

Deze persoonlijke ervaring gebruik ik tien jaar later in mijn trainingen ‘interculturele communicatie in mediations’. De sleutel tot effectieve interculturele communicatie is kennis. Het is essentieel dat mensen begrijpen dat het gebrek aan interculturele kennis een drempel zou kunnen zijn in een effectieve interculturele communicatie. Ook is het van belang om bewuste pogingen te doen om deze problemen te overwinnen.

Mediators die vertrouwd zijn met specifieke culturen vertalen zowel de inhoud en de manier van wat er gezegd wordt. Zo kunnen ze de toon van sterke uitspraken, die passend zouden worden beschouwd in de ene cultuur, verzwakken voordat ze worden overgebracht aan mensen uit de andere cultuur die van huis uit niet converseren in sterke taal. Vice versa geldt hier uiteraard ook. Verder kunnen mediators de timing van de onderwerpen aanpassen. Bijvoorbeeld, sommigen kunnen snel bewegen naar de inhoud; anderen praten lang over minder relevante zaken om een goede verstandhouding of een relatie met de andere persoon op te bouwen. Als de discussie over het primaire onderwerp te vroeg begint kan een partij die behoefte heeft aan een “warm up” zich ongemakkelijk gaan voelen. Een mediator die dit begrijpt kan het probleem uitleggen en de nodige procedurele aanpassingen treffen.